Meubelen, van

Meubelen Info

De meubelen, die Louis van Teeffelen ontwerpt en door Wébé in de jaren 50 en 60 van de 20e eeuw zijn gemaakt, zijn van een hoge kwaliteit. Naast ergonomische perfectie is ook sprake van een hoge mate aan verfijnd vakmanschap.

Andere meubelfabrieken worden ingeschakeld bij de productie. Voor zover bekend maakt de firma Gebroeders Bos in Ederveen, later meubelmakerij De Klomp van de heer Jan Vermeulen in Ede, alle onderdelen van stoelen. Ook is er sprake van een firma in Friesland. Mogelijk was dit de firma Bijlsma in Franeker. Op de zitting van de koehoorn stoel komt een stempel of plaatje voor met de gekroonde letters AWA, ‘garantie voor goede constructie en goede arbeid’. Dit duidt mogelijk op een kwaliteitskeur. Niet uitgesloten is dat de stoel is geproduceerd bij meubelfabriek AWA in Almelo. Deze fabriek zou dan passen in het hiervoor genoemde rijtje. Hoewel de hand van Louis te herkennen is in de koehoornstoel, is het niet zeker dat deze stoel ook door hem is ontworpen.
Zowel de firma Bijlsma uit Franeker als de firma Awa uit Almelo zijn overgenomen door de Van Veghel Groep in Oss en zijn in een andere vorm verder gegaan onder Meubitrend en als Awa+BV te Oss. Of van beide fabrieken archief bestaat uit de jaren 50 en 60 van de 20e eeuw is tot nu toe niet achterhaald. Verder onderzoek volgt nog.

De meubelen bestaan naast massieve onderdelen, zoals poten, uit plaatmateriaal. Het plaatmateriaal dat Wébé gebruikt bestaat uit in eigen fabriek gemaakt meubelplaat. Op het meubelplaat wordt als toplaag teak- of palissander- en soms notenfineer aangebracht en is volgens de hoogste kwaliteitseisen gefabriceerd. Pas eind jaren 60 wordt het meubelplaat van elders ingekocht. Veel modellen worden zowel in teakhout als in palissanderhout vervaardigd. Notenhout wordt vooral gebruikt in de jaren voor en direct na de Tweede Wereldoorlog, weinig in de jaren 60. Notenhouten meubelen worden afgewerkt met een harde laklaag. De teakhouten en palissanderhouten meubelen zijn geolied. Waarschijnlijk vanaf 1965-66 wordt ook gebruik gemaakt van Wengé hout (Millettia Laurentii); een harde tropische hout soort uit Oost Afrika.

Het meest gebruikt is het (Java) teakhout (Tectona Grandis). Toch is dit teakhout in de jaren 50 en 60 waarschijnlijk afkomstig uit West-Afrika en niet uit Zuidoost-Azië, omdat teakhout in de 20e eeuw nog weinig uit Zuidoost-Azië wordt aangevoerd voor de meubelindustrie. Teakhout is een sterke, tropische hardhoutsoort  met een rechte nerf en bevat veel olie. Hoewel in de jaren 50 van de vorige eeuw een weeldebelasting van 4% op teakhout van toepassing is gebruikt Wébé heel weinig de alternatieve houtsoort Afrormosia (Pericopis elata). Deze hout soort is een duurzame vervanger. Het is minder olieachtig en lijmt daardoor beter. Wébé maakt meubelen voor het betere segment dus wordt uitgegaan van de beste materialen.
Voor de afwerking aan de niet direct zichtbare zijde van meubelplaat wordt vaak het uit West-Afrika geïmporteerde limbahout (Terminalia Superba) gebruikt. Limbahout is strogeel tot lichtbruin van kleur. Deze houtsoort wordt ook massief verwerkt. Voorbeeld zijn de zwart geverfde staanders van het modulaire wandmeubel of de binnenzijden van laden.
Palissander (Dalbergia nigra) is een dure, tropische hardhout soort uit Brazilië. Het hout heeft een sterke donkere structuur. Meubelen van deze houtsoort worden vanwege de prijs minder aangekocht dan teakhouten meubelen. Ontwerpen voor Topform zijn vaak uitgevoerd in het duurdere palissanderhout.
Alle kleine onderdelen, zoals randafwerking, poten, handgrepen en regels zijn van massief hout, een enkele keer overtrokken met zogenaamd ‘edelfineer’. Tafelbladen worden bijna altijd afgewerkt met een rand van massief hout om beschadiging van het fineer aan de randen te voorkomen.
Voor de achterzijde van kasten wordt triplex gebruikt. De zittingen en rugleuningen van stoelen zijn gevormd van beuken multiplex. De rugleuning heeft vaak een dubbele schaal om de bevestiging (schroeven) onzichtbaar te kunnen maken.

Houtverbindingen zijn constructief perfect en bepalen mede de vormgeving. Schroeven zijn bijna nooit direct zichtbaar, als het niet anders kan is de schroef door een houten ‘ dop’  afgedekt.
Typerend is het visueel zwevend effect van tafelbladen en zittingen of het losstaand effect van rugleuningen en poten. Tafelbladen en zittingen ogen vaak zwevend, door niet direct in het oog springende verbindingsbalkjes in het midden van het blad of zitting. Bij rugleuningen en poten wordt de visuele afstand gecreëerd door koperen buisjes. Schroeven en andere metalen onderdelen zijn veelal van een koperlegering. Geel koperen piano scharnieren worden gebruikt voor de draaiende deuren en kleppen.

Het koperen systeem voor het modulaire wandmeubel is gepatenteerd voor Nederland, Duitsland, Zwitserland en België. De kasten en planken zijn traploos in hoogte in te stellen. In de staander is op regelmatige afstand een opening gemaakt zodat een schroef kan worden ingedraaid voor het borgen van zwaardere kasten.
Voor de palissander uitvoering wordt een uitzondering gemaakt. De haken en beugels zijn dan chroomkleurig. De metalen onderdelen van het modulaire wandsysteem worden waarschijnlijk exclusief vervaardigd voor Wébé door de firma Niesal BV in Beusichem.

Bij sommige salontafels is het blad omkeerbaar. De ene zijde is afgewerkt met teakhouten fineer, de andere zijde met een witte of pastelkleurige laag van mogelijk formica of polyester. Er bestaat een bergmeubel waarvan twee van de vier schuifdeuren zijn afgewerkt met een dikke laag pastelkleurige, glanzende polyester. Bij slaapkamer Kastrup is het hoofdeinde eveneens van polyester als ook een of meerdere schuifdeuren van de bijbehorende linnenkast.

De samenwerking van Louis van Teeffelen met de pottenbakker Jaap Ravelli levert tussen 1960 en 1965 interessante meubelen die Japans aandoen. Soms sieren kleine vierkante tegels met een afbeelding van zeilschepen de kastdeuren; als greep of als tegel ingelegd in het hout. Soms zijn het grotere tegels. De grotere tegels die in de tafelbladen zijn verwerkt zijn in stukken gezaagd en met een speciale flexibele kit ingelegd in het hout. Inleggen van een hele tegel zou vanwege het zwevende blad te kwetsbaar zijn voor breuk. Naar verluidt is Willy van Barneveld de medewerker die de keramische tegels inlegt in het hout.
Naast tegels is ook mozaïek ingelegd in bladen. De tegeltjes lijken gemaakt van opake glaspasta. Glasfabriek Leerdam levert in de jaren 50 en 60 matten met dit soort mozaïeksteentjes. De glaspasta noemt Leerdam: 'graniver.' De beroemde cactuspotjes zijn daarvan gemaakt. Mozaiek met dit type steentjes wordt in de jaren 60 ook in de woningbouw toegepast op wanden.

In circa 1960 wordt bij Wébé een stoffeerderij geinstalleerd. Vanaf dat moment worden de banken en stoelen ‘ in huis’  bekleed met het op dat moment in de mode zijnde platweefsel van De Ploeg uit Bergeijk.
Ongeveer in dezelfde tijd  combineert Louis gestoffeerde bankstellen en houten salontafels met metalen onderdelen. Bekend zijn salontafels of tv-meubelen met grijze, vierkante metalen poten al dan niet gecombineerd met een tijdschriftrek van massief houten regels.
De metalen onderdelen van de tafels en bankstellen worden in opdracht gemaakt door (waarschijnlijk) de firma Niesal NV uit Beusichem.

De meubelen zijn in veel gevallen uitgevoerd in standaard maten. Zo zijn de afmetingen van de eetkamer stoelen doorgaans: 42x45x78 cm, met een zithoogte van 45 cm. Salontafels meten 150x50x43 cm of 120x50x43 cm; vierkant in 80x80 cm.
De kasten en planken van het modulaire wandsysteem in teak- en in palissanderhout hebben dezelfde standaard afmetingen, maar voor de breedte cq. lengte geldt dat de teakuitvoering 85 cm is, voor de palissander versie is dat 96 cm. De zwart afgewerkte staanders worden altijd bij de teakhouten versie geleverd.
De eetkamertafels zijn door de jaren heen niet veranderd. De vormen zijn rechthoekig (met rechte en iets ronde zijden en hoeken) en meten: 120x76 cm, 130x90 cm en150x90 cm. De ronde tafel meet 110 cm in doorsnee. De hoogte van alle tafels is 75 cm. De tafels zijn te vergroten door middel van een in het midden uitvouwbaar deel, een tuimelblad van circa 40 cm breed.
Louis ontwerpt een ronde tafel die in plaats van een tuimelblad twee zijwangen heeft, die verborgen zitten onder het blad en uittrekbaar zijn. In totaal meet de tafel in uitgetrokken stand 140 cm in doorsnee. In ingeschoven toestand meet de tafel 140x82 cm. Kenmerkend zijn de poten van alle eetkamertafels. Deze zijn diagonaal geplaatst tussen de regels. De regels verbreden zich bij de poten voor een betere constructie en sterkte.
Alle kasten zijn 40 tot 50 cm diep. De lengte varieert van 85 tot 220 cm; de hoogte van 58 tot 148 cm met een poothoogte van 33 of 55 cm.

 

© 2018 Louis van Teeffelen - Disclaimer - Privacyverklaring - Webontwikkeling: 2nd Chapter BV